Deze berekening geeft inzicht in het aantal spanbanden dat nodig is om lading te zekeren tegen verschuiven of kantelen
tijdens remmen, uitwijken of acceleratie. De lading of delen daarvan moeten zodanig zijn geselecteerd dat deze onder normale
verkeerssituaties, waaronder volle remmingen, plotselinge uitwijkmanoeuvres en slecht wegdek, niet van het voertuig
kunnen vallen en de stabiliteit van het voertuig niet in gevaar brengen. De gebruikte waarden zijn gebaseerd op
erkende bronnen, waaronder NEN‑EN 12195‑1:2010+A1:2014 Annex B, de VDI 2700-richtlijnen,
IMO/DSC/2014 (CTU-code) en diverse Duitse onderzoeksinstituten.
Toelichting op gebruikte termen en symbolen:
daN (decanewton)
Eenheid van kracht. 1 daN staat ongeveer gelijk aan 1 kg kracht. Een spanband met een LC‑waarde van 1000 daN kan dus
ongeveer 1000 kg kracht opnemen bij correcte toepassing.
STF (Standard Tension Force)
De aanspanwaarde van de spanband in daN, zoals vermeld op het label. STF wordt gebruikt bij neerwaartse zekering (neersjorren),
waarbij extra neerwaartse kracht op de lading wordt uitgeoefend.
LC‑waarde (Lashing Capacity)
De maximale zekerkracht van een spanband in daN, zoals aangegeven op het label. LC wordt gebruikt bij directe zekering
(bijv. diagonaal sjorren), waarbij de spanband direct tegen beweging in werkt.
Kopschot
Het kopschot is de voorwand van de laadruimte. De kopschotweerstand is de kracht die deze wand kan opnemen bij remmen
naar voren. Indien aan de voorwaarden wordt voldaan, mag deze bijdrage worden afgetrokken van de te zekeren kracht.
Wrijvingscoëfficiënt (μ)
De maat voor de wrijving tussen de lading en de laadvloer (of antislipmatten). Een lage μ‑waarde betekent
wenig wrijving; een hogere waarde betekent meer wrijving. Hoe hoger de wrijvingscoëfficiënt, hoe minder
aanvullende zekering nodig is.
Effectieve wrijving (μ):
Dit is de effectieve wrijvingscoëfficiënt (μ) die overblijft na aftrek van de veiligheidsfactor en
bepaalt welk deel van het ladinggewicht door de ondergrond wordt tegengehouden.
De normen EN 12195-1 en VDI 2700 zijn hier heel duidelijk over: de wrijvingscoëfficiënt is de belangrijkste factor voor de stabiliteit van de lading.
Wanneer een oppervlak niet droog en schoon is, moet er een veiligheidscorrectie op de wrijving worden toegepast.
Bindhoek (°)
De hoek van de spanband ten opzichte van de laadvloer of de rijrichting. Deze hoek bepaalt welk deel van de kracht van de
spanband daadwerkelijk in de gewenste richting werkt. De bindhoekwaarde is de sinus van die hoek.
Acceleratiewaarde
De versnellings- of remfactor die aangeeft met welke fictieve kracht de lading wordt belast bij remmen of uitwijken.
Standaardwaarden zijn: 0,8 naar voren (sterk remmen), 0,5 naar achteren en 0,5 zijwaarts.
Richtingfactor
Correctiefactor die wordt toegepast, met name bij neerwaartse zekering. Standaardwaarden zijn: 1,25 naar voren en 1,1 naar achteren of zijwaarts.
Deze factoren houden rekening met extra dynamische effecten tijdens het rijden.
Invoer Ladinggegevens
📱Tip: Schud telefoon voor nieuwe berekening.
🗑️ Invoer gewist Nieuwe berekening...
* Correctiefactoren conform richtlijn
Direct zekeren (LC waarde)
Bij direct zekeren (zoals diagonaal sjorren) vangen de sjorbanden de krachten van de lading rechtstreeks op. De norm EN 12195-1 stelt de volgende eisen voor een veilig rendement:
Sjorcapaciteit (LC): Dit is de maximale kracht die de band mag houden. De lading moet in vier richtingen worden gezekerd (voorwaarts, achterwaarts en naar beide zijkanten).
Het belang van de hoek: De norm adviseert een verticale sjorhoek tussen de 30° en 60°. Buiten dit bereik neemt het rendement van de band drastisch af: bij een te steile hoek houdt de band de lading niet tegen bij het remmen, en bij een te platte hoek worden de krachten op de sjorpunten vaak te groot.
Sjorpunten: De sterkte van de sjorogen in de vloer en op de lading is bepalend. Deze moeten de krachten van de sjorcapaciteit (LC) veilig kunnen opvangen zonder te vervormen.
Neerbinden (STF waarde)
Neerbinden werkt door de lading op de laadvloer te drukken om de wrijving te verhogen. Volgens de norm EN 12195-1:
Spankracht (STF): Dit bepaalt hoe effectief je de lading 'vastklemt'.
Wrijving en Antislip: Gebruik van antislipmatten verhoogt de wrijving enorm en vermindert het aantal banden.
De bindhoek: Bij een hoek kleiner dan 30 graden is neerbinden niet effectief en volgens de norm niet toegestaan als enige zekering.
Kopzekering: Plaats de lading indien mogelijk tegen het kopschot.
Bij ontbrekende of onleesbare labels op de spanbanden of spanratels worden standaardwaarden gebruikt
STF 350daN, LC 1000daN.
Indien geen waarde bekend van het kopschot of de kopbinding wordt er uitgegaan van 5.000kg.
Controleer je zekering!
Direct inzichtelijk hoeveel van de lading werd gezekerd met de gebruikte spanmiddelen.
Let op: De norm geeft uitsluitend de rekenkundige minimale zekering. In de praktijk gelden aanvullende veiligheidsoverwegingen:
Stabiliteit: NEN‑EN 12195‑1 vereist dat de lading bestand is tegen de optredende krachten (0,8 g voorwaarts, 0,5 g zijwaarts, 0,5 g achterwaarts). Bij instabiele of rolgevoelige lading kan extra zekering noodzakelijk zijn.
Verdeling van krachten: Eén spanmiddel kan rekenkundig voldoen, maar biedt vaak onvoldoende vormvastheid of stabiliteit over de volledige laadeenheid.
Zorgplicht: De bestuurder blijft verantwoordelijk voor een veilige praktijkuitvoering. Bij twijfel: extra zekeren of aanvullende methoden toepassen.
⚠️ MINIMALE ZEKERING (NEN‑EN 12195‑1)
Berekening conform NEN‑EN 12195‑1 (incl. kopschot):
spanbanden.
Let op: Een kopschot vermindert de benodigde voorwaartse zekering, maar vervangt geen volledige ladingzekering:
Zijdelingse krachten: De norm vereist dat de lading ook zijwaarts (0,5 g) gezekerd is. Eén band biedt vaak onvoldoende stabiliteit tegen kantelen of verschuiven.
Stabiliteit van de laadeenheid: Bij hoge, smalle of instabiele lading kan extra neer- of direct zekeren noodzakelijk zijn.
Eindverantwoordelijkheid: De bestuurder moet beoordelen of de lading onder alle rijomstandigheden stabiel blijft. Extra zekering kan vereist zijn.
⚠️ LET OP: MINIMAAL 4 ZEKERINGEN
De tool berekent
Conform de principes van NEN‑EN 12195‑1 voor direct zekeren
(diagonale sjorren) is een minimum van 4 afzonderlijke zekeringen vereist.
Alle richtingen afgedekt: Direct zekeren moet de lading fixeren tegen krachten in alle richtingen (voorwaarts, achterwaarts, zijwaarts).
Constructieve stabiliteit: Minder dan 4 diagonale sjorren betekent dat de lading in ten minste één richting onvoldoende wordt tegengehouden.
⚠️ LET OP: Wrijving slecht. Maak laadvloer schoon en gebruik antislipmatten!
⚠️ GEVAAR: Wrijving nagenoeg nihil. Ga niet rijden op deze manier. Maak de laadvloer schoon!
⚠️
Invoer wissen?
Weet je zeker dat je alle gegevens wilt verwijderen voor een nieuwe berekening?
AANTAL spanbanden
⚠️
Maak een print keuze
Vink minimaal één optie aan voor PRINT of PDF
Koppel beeldscherm los, neem mee naar buiten en leg tegen de spanband aan... 😉
Of gebruik gewoon je mobiele telefoon voor deze functie, die heeft de juiste sensoren aan boord!
Volgens NEN‑EN 12195-1 is neerbinden met spankabels niet toegestaan.
Gebruik spankabels uitsluitend voor direct zekeren.
Optimale hoek voor neerbinden.Voldoende, maar meer banden nodig dan bij optimale bindhoek.Slechte hoek! Probeer dit te optimaliseren.